De Fûgelhelling heeft het afgelopen jaar meer wilde vogels en zoogdieren opgevangen dan ooit daarvoor. Er werden maar liefst 10.611 dieren binnengebracht, een groei ten opzichte van 2017 van maar liefst 3.057 dieren of ruim 40 %.
De groei werd hoofdzakelijk veroorzaakt door uitbreiding van het verzorggebied. Alle dieren uit de gemeente Groningen worden nu, als gevolg van een overeenkomst met Dierenbescherming, ook naar Ureterp gebracht.

Bij de binnengebrachte vogels zijn de merel en de houtduif het best vertegenwoordigd. Er werden maar liefst 1229 merels binnengebracht, waarschijnlijk mede veroorzaakt door het USUTU virus. De egel was koploper bij de zoogdieren, met 689 stuks. Er werden 108 veelal jonge hazen opgenomen en 59 reeën.
Hetty Sinnema, beheerder van De Fûgelhelling zegt hierover: “Laat alstublieft jonge hazen en reeën liggen, moeder is bijna altijd in de buurt, ze komt ze heus wel voeden. Als je de zaak niet vertrouwd bel dan eerst even met ons. Als ze in de natuur kunnen blijven is dat veel beter. Wij doen altijd ons stinkende best om de dieren goed te verzorgen, maar de moeder kan dat veel beter !”

Van de binnen gebrachte vogels staan er 1046 op de zogenaamde rode lijst.
Een rode lijst is een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Economische zaken.
Wij hebben het dan b.v. over de boerenzwaluw 173, huiszwaluw 247 , gierzwaluw 204, maar ook de kerkuil 52 , de groene specht 7 en heel opmerkelijk 34 watersnippen.

Waar Hetty Sinnema minder blij mee is, is dat het aantal vogels dat door mensen wordt gehouden en vaak bij De Fûgelhelling wordt gedumpt toeneemt. Afgelopen jaar meer dan 150 hanen en kippen en maar liefst 330 postduiven.
Als wij tot slot vragen wat het meest bijzondere dier was zegt Hetty “Bij de zoogdieren was dat een jonge boommarter en bij de vogels is de witnekkraanvogel wel heel bijzonder”.